Blog

Nieuwe bewijsregels in civiele procedures: wat verandert er voor procederende partijen?

Sinds 1 januari 2025 geldt de Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht. Deze wet wijzigt het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en enkele andere wetten en is het resultaat van een langlopend traject dat teruggaat tot een advies van een expertgroep uit 2017. Voor partijen die procederen – en hun advocaten – verandert er op een aantal punten wezenlijk iets aan de manier waarop bewijs wordt vergaard en aangedragen.

Doel: informatie eerder op tafel

De wet heeft tot doel het bewijsrecht in civiele procedures te vereenvoudigen en te moderniseren, met als kernidee dat partijen zo veel mogelijk relevante informatie over hun geschil verzamelen vóórdat een procedure bij de rechter wordt aangespannen. Dit bouwt voort op eerdere procesvernieuwingen waarbij de mondelinge behandeling het centrale moment in de procedure is geworden, met als uitgangspunt dat de rechter na de mondelinge behandeling uitspraak kan doen, wat vereist dat alle benodigde informatie dan al beschikbaar is.

Wat verandert er concreet?

Drie wijzigingen zijn voor de praktijk het belangrijkst:

  • Eén verzoek voor alle voorlopige bewijsverrichtingen: In plaats van afzonderlijke verzoeken voor een voorlopig getuigenverhoor, een voorlopig deskundigenbericht, een voorlopige plaatsopneming of bezichtiging en een vordering tot inzage, komt er nu één verzoek dat meerdere voorlopige bewijsverrichtingen kan combineren, met voor alle voorlopige bewijsverrichtingen dezelfde toe- en afwijzingscriteria en dezelfde regels voor het instellen van een rechtsmiddel.
  • Aangepast inzagerecht (exhibitieplicht): De regeling van de exhibitieplicht wordt aangepast en zo veel mogelijk gelijkgetrokken met de overige bewijsverrichtingen.
  • Wettelijke verankering van het bewijsbeslag: De mogelijkheid om beslag te leggen op bewijsmateriaal in zaken die niet over intellectuele eigendomsrechten gaan, wordt nu in de wet vastgelegd, als codificatie van het arrest van de Hoge Raad van 13 september 2013 (ECLI:NL:HR:2013:BZ9958), waarin werd beslist dat conservatoir bewijsbeslag ook mogelijk is buiten IE-zaken.

Daarnaast wordt de beperkte bewijskracht van partijgetuigenverklaringen afgeschaft, zodat de rechter een verklaring die een partij als getuige aflegt net zo vrij mag waarderen als elke andere getuigenverklaring, en komt er als nieuw bewijsmiddel het proces-verbaal van constateringen van de deurwaarder, waarmee een feitelijke situatie buiten de rechter om met kracht van authenticiteit kan worden vastgelegd.

Gevolg: verzoeken tijdens de procedure worden lastiger

Een belangrijk praktisch gevolg is dat de nadruk op vroegtijdige bewijsverzameling ertoe leidt dat verzoeken om voorlopige bewijsverrichtingen tijdens een lopende procedure in beginsel niet meer mogelijk zijn; wie tijdens de procedure nadere bewijslevering wil, zal dat als gewoon bewijsaanbod moeten doen, niet als voorlopige bewijsverrichting.

Voor de praktijk

Voor bedrijfsjuristen en procesadvocaten betekent dit: investeer eerder en grondiger in feitenonderzoek en bewijsverzameling vóór het aanspannen van een procedure. Wacht niet met het opvragen van documenten, het benaderen van getuigen of het inschakelen van deskundigen tot de procedure al loopt – dat kan straks te laat zijn. De wet wordt overigens vijf jaar na inwerkingtreding geëvalueerd, dus verdere aanscherping of bijstelling is niet uitgesloten.

Over ons

Asteriq is een onafhankelijk litigation-kantoor, gespecialiseerd in complexe geschillen. We treden op in zaken waarin de financiële, commerciële of maatschappelijke belangen aanzienlijk zijn en de strategische keuzes bepalend zijn voor de uitkomst.

Secret Link